Baarmoederhalskanker – Huisartsenpraktijk De Karmel – Egmond aan den Hoef
Header afbeelding
Huisartsenpraktijk De Karmel
Herenweg 269 A 1934 BC
Egmond aan den Hoef

Baarmoederhalskanker

Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker

Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker wordt georganiseerd voor vrouwen van 30 tot 60 jaar. Zij krijgen om de vijf jaar een uitnodiging om deel te nemen. Baarmoederhalskanker ontstaat langzaam. Daarom is het voldoende dat het onderzoek één keer per vijf jaar gebeurt. Er zijn twee uitzonderingen:

  • Vrouwen van 45 en 55 jaar krijgen alleen een uitnodiging als zij de vorige keer niet hebben meegedaan of als zij in de vorige ronde humaan papillomavirus (HPV) hadden.
  • Vrouwen die op 60-jarige leeftijd HPV bleken te hebben en niet zijn doorverwezen naar de gynaecoloog, krijgen ook een uitnodiging als ze 65 jaar zijn.

Baarmoederhalskanker ontstaat door een langdurige besmetting met het humaan papillomavirus (HPV). Het duurt meestal zo’n 10 tot 15 jaar voordat baarmoederhalskanker ontstaat. Met het bevolkingsonderzoek worden vooral voorstadia ontdekt. Door die te behandelen kan baarmoederhalskanker voorkomen worden.

Hoe ontstaat baarmoederhalskanker?

Bijna iedereen heeft een keer HPV. Meestal ruimt het lichaam het virus zelf weer op.
Als dit niet gebeurt, dan kunnen er afwijkende cellen ontstaan. Ook de meeste afwijkende cellen worden door het lichaam weer opgeruimd. Soms lukt dat niet. Dan kan op lange termijn baarmoederhalskanker ontstaan. De kans daarop is heel klein. Minder dan 1% van de vrouwen met een HPV-infectie krijgt uiteindelijk baarmoederhalskanker.

Het bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker is vernieuwd

Het bevolkingsonderzoek is sinds 2017 vernieuwd. De grootste verandering in het vernieuwde bevolkingsonderzoek is dat het afnamemateriaal in het laboratorium onderzocht wordt op de aanwezigheid van het hoog risico humaan papillomavirus (HPV). Zit er HPV in het afnamemateriaal, dan is het noodzakelijk om de afwijkende cellen te beoordelen. Dit kan alleen via een uitstrijkje. Dit is slechts bij 1 op de 10 vrouwen nodig. Als er een ZAS is gebruikt, moet bij deze vrouwen alsnog een uitstrijkje gemaakt worden. Bij 9 op de 10 vrouwen worden de cellen niet beoordeeld en is een uitstrijkje dus niet noodzakelijk.

Het vaststellen van de aanwezigheid van het HPV virus kan via een Zelfafnametest (ZAS) of via een uitstrijkje bij de huisarts

Het materiaal afgenomen via een ZAS is net zo betrouwbaar als via een uitstrijkje.

De zelfafnameset aanvragen?

Bevolkingsonderzoek Nederland stuurt u een uitnodiging voor het bevolkingsonderzoek. De zelfafnameset kunt u na het ontvangen van de uitnodiging aanvragen via Mijn Bevolkingsonderzoek met uw DigiD.
U kunt ook de informatielijn van Bevolkingsonderzoek Nederland bellen of een e-mail sturen. De gegevens van Bevolkingsonderzoek Nederland vindt u op de uitnodigingsbrief of via www.bevolkingsonderzoeknederland.nl.

U ontvangt de ZAS thuisgestuurd met een instructie van afname en een retour-envelop om deze op te sturen.
De uitslag van het onderzoek ontvangt u via  een brief ongeveer 4 weken nadat u de test heeft opgestuurd.

Het maken van een uitstrijkje?

Het uitstrijkje wordt gemaakt door de doktersassistente. Wilt u eraan denken om de brief met de stickers van het bevolkingsonderzoek mee te nemen. Er worden u een paar vragen gesteld, zoals de datum van uw laatste menstruatie. De uitslag van het onderzoek ontvangt u via  een brief ongeveer 4 weken nadat het uitstrijkje is gemaakt.

Aan beide onderzoeken zijn, voor u, geen kosten verbonden.

In de komende jaren wordt het afnemen van de zelftest verder uitgerold. U kunt hierop vast vooruitlopen door deze zelf aan te vragen. Het wordt de nieuwe standaard. U hoeft dan niet meer bij de praktijk voor een uitstrijkje te komen.

Tussen nu en het volgende onderzoek

Neem contact op met uw huisarts indien u last krijgt van:

  • hinderlijke afscheiding
  • bloedverlies bij of vlak na geslachtsgemeenschap
  • bloedverlies buiten de menstruatie
  • bloedverlies als u een jaar of langer geen menstruatie meer heeft gehad

Voor meer informatie: bmhk@bevolkingsonderzoekmidden-west.nl
Infolijn: 088 266 90 00